Er hing een mooi brandglas voor het raam in hun living. Met daarop Cyriel Verschaeve. O zo voorzichtig, opperde ik dat ik vragen had over die persoon. En meteen had ik het verkorven. De rest van het huisbezoek verliep in een gedwongen sfeer.

Een volgend huisbezoek, eveneens in Ieper. Ik wist dat de man in Buchenwald had gezeten. Het was hem ook nog aan te zien. Ik twijfelde: zou ik zelf dit onderwerp aansnijden? Of zou ik daarmee oude wonden openrijten? En, neen, ik heb het niet gedurfd.

Iemand in het gezelschap slaat ronduit racistische praat uit. Nu durf ik daar al wel tegenin gaan. Niet omdat ik de illusie koester dat hij (het is gewoonlijk een ‘hij’) hiermee van gedacht zal veranderen. Maar omwille van de omstanders. Zij moeten weten: dit mag je niet laten passeren.

Het is niet altijd gemakkelijk: spreken of zwijgen? Dikwijls zijn we bang, en dan zwijgen wij. Dat is niet de goede reden. Er kunnen andere redenen zijn die wel ons zwijgen verantwoorden. Maar dikwijls is spreken beter. Ik heb nog de neiging gehad om dan agressief mijn stem te verheffen. Maar agressie wekt agressie op. Het is een kunst om op te komen voor waarheid en gerechtigheid zonder kwetsend te zijn. Het is een kunst die we moeten leren.

R.

Categorieën: Teksten